Noorse feestjes. En bezoek.

Morgen komen mijn ouders. Gezellig. Net als vorig jaar deed mij oma opeens alsof ze de nieuwe aardappels niet zou halen maar inmiddels heeft ze haar zoveelste longontsteking en ziekenhuisopname glansrijk doorstaan.
Tot haar zeventigste gerookt als een ketter (ketterin? ketteres? pakje per dag), op haar 42e een hersenbloeding gehad en zelfs tomaten at ze vroeger met een schep suiker. Tegenwoordig laat ze de tomaat echter voor wat het is en neemt ze de suiker gewoon zo.

Feest!

Morgen hebben we ook een feestje. Mijn ouders zijn ook uitgenodigd, de kinderen niet want het begint om zes uur en om zeven uur is bijna iedereen bezopen. Wij niet. We drinken wel wat maar een paar glazen champagne, gevolgd door wijn door Baileys bij de koffie gevolgd door bier gevolgd door wodka en dan nog zes uur te gaan hebben en maar zuipen: ik weet niet hoe mensen dat doen zonder om te vallen maar ze doen het.

Rook!

En ik rook al veertien jaar niet meer maar dan wel. Ik ben zo een irritant iemand die steeds sigaretten bietst en krijgt -bij bekenden-, maar het is een goed excuus om buiten te staan. En voor de man, want die komt gezellig bij me staan.
In een klein huis met 35 luidruchtige dronken mensen staan is niet mijn idee van pret en roken is een goed excuus om het feestgedruis te ontvluchten.

Slaap!

Er schijnen ook nog tussen de zes en acht mensen bij te komen overnachten bij ons. Als dank hiervoor (en voor hulp met twee gerechten voor morgen) kreeg ik een cadeautje. Dat je opeens een doos van een halve kuub in je handen krijgt met hierin zes waterglazen, zes rodewijnglazen en zes wittewijnglazen. En een karaf. Lang leve mijn (nu niet meer zo) minimalistische keukeninventaris, het kon er nog prima bij en ik heb vier glazen aan mijn ouders gegeven.

Als ik buurvrouw het idee van minimalisme uitleg kijkt ze me alleen maar niet-begrijpend aan en vraagt oprecht: ‘hvorfor det? du må leve livet!’ -waarom, je moet het leven leven!-

Kleer!

CL111B0C0-Q11@10Natuurlijk ben ik me al dagen aan het afvragen wat ik ga dragen. Oh nee, dat is niet waar, afgezien van het feit dat ik het nog niet weet.  Maar ik kocht wel prachtige schoenen. Van Clarks, dus er is ook nog heel goed op te lopen.

De meeste mensen lopen hier altijd in spijkerbroek of skinny jeans / legging met een trui erop een praktische jas erover. Gezellige huisgebreide muts op het hoofd. Sneeuw- en regenbestendig schoeisel: niets geks aan kaplaarzen. De enigen die je op hakken ziet lopen zijn buitenlanders. Aziatische dames hebben de hoogste hakken, Oost Europese de meest opvallende schoenen.

In de grote steden gaat men  vaak wat hipper / minder praktisch / beter gekleed. Maar, Oslo en Bergen zijn Oslo en Bergen en niet Noorwegen zeggen ze.

Tot er een verjaardag is. Dat begint al serieus op de barnehage. Altijd lopen ze in wollen pakjes vol gaten maar met een verjaardag gaan de jongetjes in pakje met vlinderdasje en de meisjes in hun mooiste jurk. En dat blijft zo.

Vrouwen hebben ‘pensko’. (peenskoe). Mooischoenen. Je stiefelt door de bagger, sneeuw en grind naar iemand zijn voordeur, daar schop je je vinterstøvler uit en vist de knappe pumps, hoge hakken of glimmende sandalen uit je tas en die trek je op de mat aan. Of niet. Ook niemand die een man in smoking met badstof sokken eronder vreemd aankijkt.

Klaar!

Gelukkig is bijna alles klaar voor morgen. Rond het huis is alles spic en span (ik vond vandaag een fietsenrek bij de kringloop, dat staat zo veel netter), de koelkast bij mijn ouders is gevuld met lekkere dingen en de bedden beneden zijn opgemaakt. Rommeltjes zijn weggebracht naar stort en kringloop. De vogels gevoerd. En: het is kwart over elf terwijl ik vroeg naar bed zou gaan omdat het morgen zo laat wordt. Goed bezig!

(het huis waar we wonen is in twee delen: een kelderappartement en het gewone woonhuis. toen het kelderappartement anderhalf jaar geleden te huur kwam besloten mijn ouders het te huren als vakantiehuis: lekker makkelijk al hun dingen bij de hand)